Maandag, 2 februari 2009.
1 February 2009
By on 20:40

Zelfportret_001_3

Einde jaren vijftig, tot een flinke stap in de zestig werd alles wat kon vliegen en geen vleugels had en niet van Amerikaanse origine was als gevaarlijk en minstens levensbedreigend beschouwd. De aarde was nog niet aan opwarming toe, en de oorlog die hevig woedde was koud. In lokalen die thans zelfs niet meer voor koeienstal in aanmerking zouden komen, maar waar toen zuigelingen werden gewogen en ingexebnt tegen de pokken en de mazelen, de plaatselijke fanfare hoogdagen vierde en boerinnen leerden koken, lezen en schrijven, zongen op zaterdagavond rabiate anticommunisten liederen die zeer kadansk klonken, – mijn vader was een zeer goed zanger, een geboren muzikant en een uitmuntend danser. (Ik heb nog fotox92s waarop hij trompetter is in het leger van de koning, in wiens naam hem achteraf onterecht rechten werden ontnomen die hij nooit meer heeft teruggewild.) Maar wat het voorafgaande betreft hingen er aan zijn boom helaas geen appels, erger nog, als enig kind viel ik uit alle manden, – het heeft zelfs meer dan een halve eeuw geduurd eer ik mezelf terugvond. En nog weegt sommige verledenheid zwaar op mij, wie me kent weet er alles van en sommigen hebben zelfs met mij te doen. Dat is niet nodig, niet meer.

In die dagen kwamen soms nog mensen bij ons aan huis, zelf ken ik dat probleem niet, en ze werden als onze vrienden beschouwd, maar de hele gebuurte bekeek hen scheef, en ons ook, maar dat vonden we vanzelfsprekend, het tegendeel zou ons verbaasd hebben, en mij nu nog. Koffie, cognac, lauw bier zonder schuim, half verpulverde sigaren die mijn moeder in een glazen stolp bewaarde, niets was goed genoeg voor deze gasten. Verstonden we hen niet altijd, dan was het omdat ze geleerder waren dan wij, begrepen we hen verkeerd dan weten we dat aan onze eigen domheid, schrikten we terug van hun snode plannen dan was het omdat we zelf lafaards waren. Een ervan, klein, mager en gebocheld, sprak vloeiend Latijn en heette Marcel van K., een bevlogen Gentenaar, en met de mensenkennis die me metterjaren is aangesmeerd weet ik nu dat hij geniaal was en aan zijn benen niets haperde, maar vriend van Drankeghem velde hem voortijdig. En zoals hem herdenk ik er zo nu en dan nog een aantal, twee ervan werden bijna honderd jaar. Als kind kon ik geboeid luisteren naar de heroxefsche verhalen van mensen die Gods dienaar waren geweest in Rusland en Spanje, en klaar stonden om Hongaarse vluchtelingen op te vangen. Behalve deze luiden kwamen bij ons ook blinden, Berbers en Aziaten aan huis, ik zeg niet waarom. Tientallen mensen hebben we uit de ellende geholpen, later werden we van racisme beschuldigd en zijn we zelf in de miserie beland, tot spijt van wie het benijdt.

Nu de planeet opwarmt en het er in het heetst der diverse strijden zeer onmenselijk aan toe kan gaan, het helpen van mensen in nood strafbaar is geworden en alles wat mooi is vernietigd dient te worden op bevel van wie ik gaarne de toegang tot mijn bestaan zou ontzeggen, is er geen plaats meer op deze wereld voor mij, en ja, zo werkt dat, denk ik dan, wetende dat van mij wel eens ten onrechte wordt beweerd door schorem dat nog geen hamer van een nagel kan onderscheiden dat ik nog nooit gewerkt heb. Maar: aan rust ben ik toe, eeuwige rust. (Dus.)

Ik vraag me nog steeds af of onze destijdse gasten ongelijk hadden. Wie strijdt er tegenwoordig immers nog voor wat? Jaja, de Taliban gaan uitmoorden omdat die de vrouwen dit en de kinderen dat, maar als ze op betaald verlof zijn hebben ze zelf vooral last van losse handjes en dito zeden, – wat wilt u, heeft u het Sinister van Oorlog al eens goed bekeken? Iedereen die niets nodig heeft wordt zonder wenken bediend, en al de anderen zijn ongewapend, niet ter taal of op sterven na dood.

(Ik weet niet wat), roept de buitenslaper, en voor hem liggen links alle oorzaken van zijn kwalen en rechts alle gevolgen. Ik weet weinig of niets af van hersenkwabben, maar wat ik sinds de jaren zestig tot nu zag gebeuren rondom en met mij, maakt dat ik me tot de daklozen reken en gretig hun taaltje spreek. Mij zijn de vrouwtjes die iedere dag duizend katten voeren en in een souterrain wonen liever dan de dames en heren uit het Gentse miljoenenkwartier waartoe ik ook alle bewoonde omliggende straten reken. Geef mij maar een werkloze dokwerker uit de Seefhoek die me ongevraagd naar de keel grijpt en me achteraf een pint betaalt waar ik hem evenmin om gevraagd heb, en die ik nu met de kennis die ik uit ongelezen boeken heb vergaard ook zou weigeren. Gaat er xe9xe9n mensensoort boven bergbewoners die warmte en koude delen met zes schapen, twee koeien en een ezel die Pompom heet? Heeft u zelf al eens geleefd in een gebied waar wat uit uw handen valt voor immer in een zwart gat verdwijnt, of heeft u er zelf een? Nog ben ik blij en fier als ik de uitgestoken hand van een politicus of een schrijfzwijn weiger te drukken of te schudden, of aan te raken.

En dan nu: twee sneden volkorenbrood waarvan korst en kruim al sinds gisteren dezelfde eigenschap delen, een flinke lik sojasmeer en ofwel honing ofwel pindakaas, – eerst even kijken wat een en ander kost. Doodgaan met een volle maag, dat lijk me wel wat. Tot later.

.

0 Responses to Maandag, 2 februari 2009.

  1. Kommer en kwel zaten elk in hun hoekje. Ze lachten af en toe eens smalletjes naar elkaar en soms, heel soms, was de kwelling voor kommer groter dan dat kommer kon verdragen en toen zwegen ze een poos.
    Tot kwel door de lange stilte begon te verkommeren en de schuld daarvan volledig bij kommer legde.
    Na nog wat heen en weer gepraat kwamen ze allebei tot het besluit dat ze maar best hun hoekje zouden verlaten en mekaar wat vaker opzoeken om samen iets te doen. De kwelduivel zou daarbij niet welkom zijn.
    Het werd dus een weelderig slaatje met gekwelde komkommer, een rot tomaatje hier en een gekwakt eitje daar.
    Een doekje voor het bloeden was evenwel niet voorhanden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>